VITAMINE B12-TEKORT: MEDEOORZAAK OUDERDOMSKWALEN?

Vitamine B12 is wellicht een ontbrekende schakel bij het tegengaan van hart- en vaatziekten, cognitieve achteruitgang en broze botten. Een op de vier, vijf ouderen kan de stof niet goed opnemen uit voedsel.

Dr. Rosalie Dhonukshe-Rutten studeerde Voeding en Gezondheid en promoveerde eind 2004 in Wageningen op een onderzoek naar de relatie tussen vitamine B12 en botgezondheid.

Vitamine B12 is samen met foliumzuur (vitamine B11) een actueel onderwerp binnen het voedingsonderzoek. Zo is al aangetoond dat een tekort aan deze twee vitamines hart- en vaatziekten in de hand werkt. Verder correleert cognitieve achteruitgang bij ouderen met een vitamine B12-tekort, maar een oorzakelijk verband staat nog niet wetenschappelijk vast. Hetzelfde geldt voor lage botdichtheid, sinds Rosalie Dhonukshe-Rutten eind vorig jaar promoveerde. Ze toonde aan dat een tekort aan vitamine B12 vaak samengaat met een lagere botdichtheid en meer botbreuken.
Dhonukshe-Rutten: “Er is nog niet aangetoond dat het opheffen van een vitamine B12-tekort leidt tot sterkere botten en minder botbreuken, hoewel een recente Japanse interventiestudie bewijs lijkt te leveren dat er een oorzakelijk verband is. Er is echter meer onderzoek nodig, dus ik kan artsen en diëtisten nog niet absoluut aanbevelen om met vitamine B12 osteoporose te bestrijden. Wel kan ik aanbevelen bij ouderen alert te zijn op vitamine B12, want veel ouderen hebben een tekort aan dit vitamine en dat kan veel gevolgen hebben. Als iemand bijvoorbeeld trilt of zenuwachtig is, kan dat heel veel oorzaken hebben, maar weet dat vitamine B12-tekort er één van is. Dat geldt ook voor afwijkingen in de dunne darm of het beenmerg en voor hart- en vaatziekten (1). Ook een zere tong, diarree, obstipatie en een verminderde eetlust kunnen erdoor worden veroorzaakt (2).”
Dhonukshe-Rutten kwam voor haar onderzoek onder andere in verzorgingshuizen, waar de vitamine B12-kwestie sterk leeft. “Sommige artsen gaven mensen met cognitieve achteruitgang een injectie met vitamine B12. Daar knapten ze echt van op, kreeg ik te horen. Natuurlijk is dit nogal vaag, het zijn maar enkele gevallen en het is hiermee niet wetenschappelijk aangetoond, maar toch: de vitamine B12-status is iets om in de gaten te houden.”

Rosalie Dhonukshe-Rutten toonde aan dat kinderen die een streng vegetarisch dieet hadden gevolgd nog steeds een vitamine B12-tekort hadden én dat dit tekort gerelateerd was aan een lagere botdichtheid.

Verder heeft ze zich geconcentreerd op ouderen. Ze liet zien dat fragiele, oudere vrouwen met een tekort aan vitamine B12 zeven keer zo vaak osteoporose hadden dan vrouwen met een normale vitamine B12-status. Bij zelfstandig wonende ouderen toonde ze aan dat mensen met een hoog homocysteïnegehalte in het bloed twee keer zo vaak een bot braken als de anderen. Bij veel homocysteïne in combinatie met weinig vitamine B12 werd de kans op botbreuken nog groter.

De titel van het proefschrift is Vitamin B12: a novel indicator of bone health in vulnerable groups.

MOEILIJK TE METEN

Vitamine B12 is betrokken bij de DNA-synthese en daarmee bij neurologische functies. Daarnaast zijn er twee belangrijke enzymreacties waarbij B12 een rol speelt. Als die door vitamine B12-tekort niet kunnen plaatsvinden, hopen in het bloed enerzijds homocysteïne, een indicator voor hart- en vaatziekten, en anderzijds methylmelonzuur (MMA) op. Zonder vitamine B12 kunnen deze stoffen namelijk niet worden omgezet. Aangezien homocysteïne een indicator is voor hart- en vaatziekten, zou je kunnen denken dat je met het meten van de hoeveelheid homocysteïne in iemands bloed twee vliegen in een klap slaat: je stelt vast dat er een verhoogd risico op hart- en vaatziekten is én je weet dat er te weinig vitamine B12 is.
“Mis”, zegt Dhonukshe-Rutten: “Ophoping van homocysteïne in het bloed kan ook komen door een gebrek aan foliumzuur, dat eveneens betrokken is bij de betreffende reactie. Als je zeker wilt weten dat iemand te weinig vitamine B12 binnenkrijgt, is het beter de hoeveelheid MMA te meten. Helaas is dat een bewerkelijke en dure meting, maar het is mijn inziens echt de beste indicatie. Zeker wanneer je bedenkt dat de hoeveelheid vitamine B12 in iemands bloed niet voldoende zegt. Iemand met een lage vitamine B12-concentratie in het bloed, heeft niet altijd een lage B12-status en andersom.” Samengevat: opgehoopt homocysteïne wijst op tekort aan foliumzuur en/óf vitamine B12; opgehoopt MMA wijst op een tekort aan vitamine B12. MMA is de enige indicator voor een tekort aan vitamine B12, maar eventueel kan de arts in combinatie daarmee de hoeveelheid homocysteïne meten.
Het cumulatieve aantal botbreuken bij proefpersonen met een relatief hoog homocysteïnegehalte (grijs), vergeleken met het aantal botbreuken bij andere proefpersonen (zwart). Te zien is dat in verschillende populaties hetzelfde verband is aangetoond: veel homocysteïne kan samenhangen met zwakkere botten. Dat dit verband wat verraderlijk is, blijkt uit de tekst (zie onder ‘Moeilijk te meten.’)

GLAS MELK HELPT NIET

Je moet minstens een strenge veganist of macrobioot zijn om niet genoeg vitamine B12 binnen te krijgen: 2,8 microgram per dag is al voldoende, het zit in dierlijke producten zoals vlees, vis, melk en eieren. In een ei zit 1,1 microgram, in een glas melk 0,74 microgram en in 100 gram vlees varieert het van 0,29 microgram in kip tot maar liefst 100 microgram in runderlever. Maar waarom leest u dit verhaal dan?
Zoals bekend gaat het niet alleen om hoeveel van een stof je binnenkrijgt, maar vooral ook om hoeveel het maagdarmstelsel ervan opneemt. Daar schort het vaak aan bij ouderen: maar liefst een op de vier tot vijf 65-plussers heeft een tekort aan vitamine B12 dat meestal te wijten is aan het niet goed kunnen opnemen van vitamine B12. Dagelijks een extra glaasje melk drinken helpt dan niet meer: er is geen enkele actieve opname meer, en om door passieve opname toch genoeg binnen te krijgen, moeten ze minstens 650 microgram per dag innemen. Dat hebben collega’s van Rosalie Dhonukshe-Rutten onlangs aangetoond.
Stel dat een arts of diëtist reden vindt dat iemand meer vitamine B12 nodig heeft. Dan zijn er vooralsnog twee methoden voorhanden om het toe te dienen: injecties en capsules. Het voordeel van een half jaar eerst wekelijkse en daarna maandelijkse injectie is dat de dosis niet hoog hoeft te zijn: de darm die de stof niet actief kan opnemen speelt immers geen rol. Het nadeel is dat de injecties duur en pijnlijk zijn. Dan zijn er de dagelijks in te nemen capsules. Het nadeel daarvan is dat ouderen vaak toch al veel medicijnen moeten slikken: deze pil is de zoveelste.
Dhonukshe-Rutten heeft in haar onderzoek aangetoond dat ook melk die is verrijkt met vitamine B12 een tekort heel goed kan opheffen: “We gaven ouderen met een tekort aan vitamine B12 in hun bloed dagelijks duizend microgram vitamine B12 via een melkdrank. Deze melk bleek net zo goed te werken als capsules.” Helaas is deze verrijkte melk nog niet op de markt, dus in de praktijk is deze oplossing nog niet voorhanden. Voorlopig blijven de injectie en de capsule nog de enige mogelijkheden. Aangezien er door de vergrijzing steeds meer ouderen bij komen en er meer duidelijk wordt over het belang van vitamine B12, verandert dat de komende jaren misschien.

Drs. Rianne Lindhout


LITERATUUR